De rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 oktober uitspraak gedaan in de procedure over het Woo-verzoek van Mobilisation for the Environment (MOB). KAVB, LTO en andere agrarische belangenorganisaties hadden de voorzieningenrechter gevraagd de openbaarmaking van agrarische bedrijfsgegevens voorlopig tegen te houden.
De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen. Dit betekent dat de minister de betreffende gegevens, voor zover deze nog niet openbaar zijn gemaakt, mag publiceren.
Welke gegevens betreft het?
Het Woo-verzoek van MOB dateert uit 2023 en ziet op historische gegevens van agrarische bedrijven. Uiteindelijk heeft de minister besloten vier Excelbestanden openbaar te maken.
Voor de bollensector zijn vooral de gegevens over landgebruik en gewascodes per bedrijfslocatie over de periode 1989 tot en met 2022 relevant. Daarnaast gaat het onder meer om gegevens over dieraantallen en stalsystemen.
Het betreft historische gegevens die agrarische ondernemers bij de overheid hebben aangeleverd, onder meer via de Gecombineerde Opgave en eerdere landbouwtellingen.
Wat heeft de rechter geoordeeld?
De voorzieningenrechter oordeelt dat gegevens over landgebruik en gewascodes milieu-informatie zijn. Volgens de rechter bevatten deze gegevens informatie over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor het milieu, bijvoorbeeld door activiteiten die samenhangen met het telen van gewassen en het gebruik van gronden.
Een belangrijk onderscheid is dat de rechter niet heeft geoordeeld dat landgebruik en gewascodes ook emissiegegevens zijn. MOB stelde dat dit wel het geval is, maar de voorzieningenrechter heeft die vraag in deze procedure niet hoeven beantwoorden.
Omdat het om milieu-informatie gaat, heeft de minister een belangenafweging gemaakt. De KAVB en de andere betrokken organisaties hebben daarbij onder meer gewezen op de vertrouwelijkheid van bedrijfsgegevens, de herleidbaarheid tot individuele bedrijven, privacy, concurrentiepositie en veiligheid.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de minister in dit geval het belang van openbaarheid zwaarder heeft mogen laten wegen.
Informatie aan agrariërs was niet altijd juist
De voorzieningenrechter is kritisch over de manier waarop agrariërs vooraf over de voorgenomen openbaarmaking zijn geïnformeerd.
In de publicatie in de Staatscourant over de zienswijzeprocedure werd gesproken over de openbaarmaking van gegevens van ‘veehouders’. Het Woo-besluit ziet echter ook op gegevens over landgebruik en gewascodes en raakt daarmee ook akkerbouwers en andere agrarische ondernemers. De rechter vindt de publicatie daarom verwarrend. Volgens de rechter zijn de betrokken agrariërs hierdoor echter niet zodanig in hun belangen geschaad dat de zienswijzeprocedure opnieuw moet worden doorlopen.
Ook bij de latere individuele informatievoorziening ging het niet goed. De minister heeft betrokken agrariërs een brief gestuurd over het Woo-besluit, maar de inhoud daarvan sloot niet volledig aan op het besluit dat daadwerkelijk was genomen. Bovendien stond in de brief dat tegen het besluit bezwaar kon worden gemaakt, terwijl rechtstreeks beroep bij de rechtbank openstond.
De voorzieningenrechter kwalificeert deze informatievoorziening als onjuist en verwarrend, maar oordeelt uiteindelijk dat agrariërs hierdoor niet onevenredig in hun belangen zijn geschaad. De geconstateerde fouten zijn daarom volgens de rechter onvoldoende om de openbaarmaking tegen te houden.
Wat betekent de uitspraak nu?
De uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft daarmee geen definitief oordeel gegeven over het beroep tegen het Woo-besluit. Het oordeel heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet bij een eventuele verdere behandeling van het beroep.
De praktische consequentie is wel groot. Nu het verzoek om schorsing is afgewezen, staat het de minister vrij om de betreffende bestanden openbaar te maken.
De voorzieningenrechter constateert zelf dat de behandeling van de ingestelde beroepen daardoor aan belang verliest. Zodra de gegevens openbaar zijn gemaakt, kan alleen nog worden beoordeeld of het besluit moet worden teruggedraaid. De rechter merkt daarbij op dat de beroepen hierdoor vrijwel zinledig kunnen worden.
Tegen de uitspraak over de voorlopige voorziening zelf staat geen hoger beroep of verzet open.
Hoe nu verder?
De KAVB bespreekt de uitspraak met de andere betrokken belangenorganisaties en de advocaten. Daarbij wordt ook bekeken of het zinvol is het ingestelde beroep tegen het Woo-besluit voort te zetten. Daarover is op dit moment nog geen besluit genomen.
Voor leden is het belangrijk te benadrukken dat deze uitspraak niet betekent dat alle gegevens uit de Gecombineerde Opgave voortaan automatisch openbaar zijn. De procedure heeft betrekking op de specifieke gegevens die onder dit Woo-verzoek vallen en op het besluit van de minister om deze gegevens openbaar te maken.
De KAVB volgt wanneer en op welke wijze de minister uitvoering geeft aan het Woo-besluit. Zodra er meer duidelijkheid is over de openbaarmaking en over het eventuele vervolg van de juridische procedure, informeren wij onze leden opnieuw.




